My Confirmation and Baptism on 5 July 2002



These are the words I wrote and spoke at my baptism on 5 July 2002. My life has changed radically from that day on. I often think back and recall why I chose to make Jesus the center of my life.

(Why do I want to be baptised?)
God is love. He is perfect and holy. I say holy because I have no words to express his greatness. As I look back at the last months, I still cannot understand what God has done with my heart, He changed it. I lived in the dark, I did not know that ... it is hard to see in the dark. However, God is truth, and truth is in his Word, He showed me my sins.

My spirit was dead, it died because of my evil thoughts and my evil works. God's Word spoke to me clearly: the wage of my works is death, death of spirit and body.

But God is love, I cannot be saved by my works, even if I would feel sorry, even if I would torture myself in self-pity.
I cannot clean my windows with a filthy cloth. God's Word is clear: I cannot justify myself, I am unrighteous.

God knew me before I was born. He always loved me. Although my sins were numerous, He always loved me. My sins grieved Him. I will never understand how much I grieved Him. I forget pain when it is over, but God never forgets. He hates my sins, because those sins took me away from Him. I chose to go my own way, I chose against God. But he still loved me, but hated everything that came in between Him and me. He kept calling my name, He wanted to save me. Because God is love and I was saved by His love.

Now I see. I see that I am a sinner, a sinner amongst the sinners Jesus, the Son of God, was handed over to. I was in the crowd that cursed itself: his blood over me and my offspring. But God made this curse into my salvation. Jesus Christ died for my sins on the Cross. He carried my sins on that Cross. There He bore all sins, pain, suffering and grief of humanity. Never was love this great. Jesus, righteous and innocent, sacrificed Himself for me, unrighteous and guilty, even His enemy!
By his grace and mercy I was saved. I did not deserve it.

(Future)

I want to stand before God. I want to give my life and do his will. To so much love I cannot say else than: I love you Lord, above all things.

Sometimes I feel insecure. Then I will remember: trust in God. God is good. He will never burden me more than I can take. He knows me better than I know me.
Some people were asked to sacrifice much more. God asked Abraham to take hime to a mountain to sacrifice his son. Abraham's faith was so strong, that he believed that the Lord would raise his son from death. However, God prevented him from hurting his son. Abraham named this place: the Lord shall provide.
That is why I do not fear tomorrow. I am filled with joy and I will be free. I will no longer be a slave of sin and the Lord will provide in this new life.

Why me? I do not know. But I am sure that God calls many people. I pray that - as a disciple of Christ - I can be a joy to God, that I can be an instrument to reach many of these people, because their names are on His lips.

(Thanking God)

Dear Father,
This is my heart and this is my life. I was far away, but now I come home and I want to serve you for ever.
Father, I love you, above all things and above all people. With you I want to stand in this new life. In this new life I want to build on your Son, Jesus Christ. I want to follow Him and to do your will.
I trust in you. Thank you for who I am and what I have in Jesus' name.
Amen.

Wat ik zei bij mijn doop op 5 juli 2002

Hieronder volgt mijn belijdenis toen ik gedoopt werd op 5 juli 2002. Nog altijd denk ik vaak aan dit moment terug. Mijn leven is die dag radicaal veranderd. Ik probeer mij altijd voor ogen te houden waarom ik ervoor koos God centraal te stellen in mijn leven.

Waarom [ik mij laat dopen]?
God is liefde. Hij is perfect en gaaf. Ik zeg gaaf als ik geen woorden heb om zijn grootsheid te beschrijven. Als ik terugkijk op de afgelopen maanden, kan ik nog steeds niet volledig bevatten wat God met het hart doet, maar Hij verandert het. Ik heb in duisternis geleefd en heb het zelf niet gezien, in het donker is het immers moeilijk kijken. Maar in God is waarheid en in zijn Woord is die besloten, hij heeft mij gewezen op mijn zonden.

Mijn geest was dood, verdord door slechte gedachten en slecht handelen. Gods Woord is er duidelijk over: de loon naar mijn werken zou de dood zijn van mijn geest en uiteindelijk van mijn lichaam.

Maar God is liefde, ik kan niet gered worden door mijn werken, al zou ik diep berouw hebben en zelfmedelijden voelen, mijzelf redden doe ik niet.
Als ik ramen lap met een vuile zeem, heb ik niets schoon gewassen. Het Woord is ook dáár duidelijk over, ik kan mijzelf niet rechtvaardigen, onrechtvaardig ben ik.

God kende mij al voor mijn geboorte. Hij heeft altijd van mij gehouden. Hoewel mijn zonden steeds talrijker werden naar mate ik ouder werd, Hij heeft altijd van mij gehouden. Mijn zonden deden hem pijn. Ik kan niet voelen hoeveel pijn, want zelf voel ik pijn niet zo lang en vergeet ik pijn. Maar God vergeet niets, Hij haat mijn zonden, zonden waarmee ik mijn leven van hem beroofde. Ik ging mijn eigen weg, koos tegen Gods wil. Hij hield van mij, maar haatte alles wat tussen mij en hem kwam.
Ondertussen bleef hij mijn naam roepen. Want Hij wilde mij redden. Want God is liefde, Zijn liefde redde mij.

Ik zie. Ik zie dat ik zondaar ben, onder de zondaren aan wie Gods Zoon, Jezus Christus is overgeleverd. Ik was daar en heb mijzelf vervloekt: zijn bloed komt over mij. Maar God heeft van deze vloek mijn redding gemaakt. Jezus Christus is voor mijn zonden aan het Kruis genageld en heeft mijn zonden op zich genomen. Alle pijn van alle mensen, droeg Hij daar. Een grotere liefde is ons nooit bewezen. Jezus, onschuldig en rechtvaardig offerde zich op voor mij, onrechtvaardige, zijn vijand!

Door genade ben ik gered. Ik heb het niet verdiend.

Toekomst

Ik wil staan voor God. Mijn leven geven, Zijn wil doen. Op zoveel liefde kan ik niets antwoorden dan: Ik hou van U, Heer, boven alles.

Soms voel ik mij onzeker. Dan weet ik: vertrouw op God. God is Goed. Hij zal nooit meer vragen dan ik aankan, Hij kent mij beter dan ikzelf. Van sommigen is meer gevraagd. Abraham bijvoorbeeld, die werd gevraagd zijn zoon te offeren. Abrahams geloof was zo groot, dat hij zelfs toen op de Heer vertrouwde, dat Hij zijn zoon zou opwekken. Maar God vroeg hem zijn zoon niets te doen. Abraham noemde deze offerplaats: de Here zal erin voorzien.

Daarom ben ik niet bang voor morgen. Ik ben blij weldra vrij te zijn, niet langer slaaf van zonden en de Here zal in het nieuwe leven voorzien.

Waarom ik? Ik weet het niet. Maar ik weet wel God roept vele namen. Ik bidt dat ik als Jezus’ discipel, God blij kan maken door een goed instrument te zijn in zijn handen en die vele namen die Hij roept te bereiken.

God danken

Lieve Vader, dit is mijn hart en mijn leven. Ik ben ver van U geweest, maar nu kom ik thuis en ik wil in de eeuwigheid U dienen.
Vader ik hou van U, van niemand of niets meer. Met U wil ik in het nieuwe leven staan. In het nieuwe leven wil ik bouwen in uw Zoon, Jezus Christus. Hem volgen en Uw wil doen. Ik vertrouw op U. Ik dank U voor alles dat ik ben en dat ik heb, in Jezus’ naam.

Amen.

Over-Subsidized Artworks


I sit in my room in Leiden. It is 11:05pm and I just woke up. I had a busy day, with many annoyances. I went to bed earlier so that my mother and my brothers would not find out about my bad temper.

Tonight I have to write a paper about the federalisation of the EU - A United States of Europe -, an assignment I have to do for the Clingendael Diplomatic Studies Programme. Unsurprisingly, I do not really feel like doing this. But the knowledge that this is the last written assignment I have to do for Clingendael kind of motivates me.

Today I was in the 'Tweede Kamer' or the Netherlands House of Representatives/House of Commons. I had a guided tour and I talked to a Christian Democratic MP. The Dutch Christian Democrats are self proclaimed 'realistic supporters' of a European Federation. Surely, I am not a Euro-optimist and probably my paper will argue for something quite different. I have become more Euro-sceptic over the last years (I think pretty uncommon for someone who has studied European Studies).
I sat in the plenary hall of the House of Commons. I could not help thinking that on television this looks much bigger. I tried to figure out whether the carpet between the opposition benches and the interruption microphones was worn out (someone in my company called this the 'Agnes Kant Fissure', Agnes Kant is a representative of the the Dutch Socialist Party). Indeed I saw that the carpet was a little bit worn, but it was not really spectacular.

The architect of the Parliament building used many symbols. The colours represent the Dutch landscape, the patterns on the marble floor represent the waves on the rivers and the sea, the slats of the Venetian blinds represent the rains and the ceiling of the plenary hall represents the starry skies. I had to be told, because I would not have seen it. Personally, I think it is a confusing building. What is probably most Dutch, is the lack of 'grandeur' and the over-subsidized artworks. Perhaps all this has a pacifying effect on our representatives. Indeed, most parliamentary sessions in Holland are very boring.

Een gebrek aan grandeur en weinig opwindende, vetgesubsidieerde kunst


Ik zit op mijn kamer in Leiden. Het is 23:05 en ik ben net weer wakker. Ik had een drukke dag met veel ergernissen. Voordat mijn moeder en broertjes iets merken van mijn slecht humeur ben ik maar gaan slapen.

Vannacht moet ik nog een paper voor Clingendael schrijven, over de wenselijkheid van een Europese Federatie, een soort Verenigde Staten van Europa. Ik heb er - zoals wel vaker - niet veel zin in. Maar de gedachte dat dit echt mijn laatste schriftelijke opdracht voor Clingendael is, motiveert mij een beetje.

Vanmiddag was ik in de Tweede Kamer. Ik heb een rondleiding gehad en een gesprek gevoerd met een CDA parlementariër en buitenlandwoordvoerder, Jan Jacob van Dijk. Het CDA is wel een 'realistische voorstander' van een Europese federatie. Ik ben zeker geen Euro-optimist en waarschijnlijk zal mijn paper een hele andere strekking hebben. Ik ben toch heel wat sceptischer geworden de laatste jaren (en dat voor iemand die Europese studies heeft gestudeerd).
Ik zat in de plenaire zaal van de Tweede Kamer en dacht: het ziet er vanaf de vloer toch heel wat kleiner uit dan op TV. Ik probeerde op het groene tapijt te ontwaren of de er een slijtspoor was van de oppositiebankjes naar de interpellatiemicrofoons (iemand in ons gezelschap noemde dat de Agnes Kant geul). Er viel wel wat te ontwaren, maar erg spectaculair was het niet.
Ons parlementgebouw zit overigens vol symboliek. De kleuren vertegenwoordigen het Nederlands landschap, de vormen en patronen op de marmeren vloer de golven van de zee, de lamellen de regen en het plafond van de plenaire zaal de sterrenhemel. Het moet me gezegd worden, want ik zie het niet. Ik vind het maar een warrig gebouw, het meest Nederlands vind ik nog het gebrek grandeur en de weinig opwindende en vetgesubsidieerde kunst. Maar misschien heeft dat alles een kalmerende invloed op onze volksvertegenwoordigers.

Biechten bij de Bijenkorf

Bericht van www.nu.nl:

ROTTERDAM - Op de dag dat de detailhandel recordomzetten draait, houdt een groep activisten zaterdagmiddag in het hele land de tiende Niet-Winkeldag, uit protest tegen het onverminderd krachtige consumentisme. In Rotterdam plaatsen ze een biechthokje bij de Bijenkorf. Klanten van die winkel kunnen daar hun 'koopzonden' bekennen en de pas gekochte artikelen ter plaatse achterlaten.

De Niet-Winkeldag valt dit jaar vlak voor Sinterklaas en de kerstdagen. Het is daarom zeer de vraag of veel Nederlanders zich laten vermurwen om de portemonnee een dag lang niet te trekken.

De actievoerders willen het winkelende publiek erop wijzen dat het niet nodig is om altijd te consumeren. Er staan manifestaties gepland in Rotterdam, Amersfoort, Arnhem, Deurne, Dordrecht, Emmen, Den Bosch, Hoorn, Tilburg, Utrecht, Vlissingen en Zevenaar.

Recovered Unity


Last Thursday we had a drink with the class. I talked with one of my Christian fellow students. We talked about the negative feelings we had at our institute. While we were talking I suddenly could see very clearly that a spiritual battle is going on at our institute.

My Christian fellow student told me how she experienced discouragement in this non-Christian and sometimes anti-Christian environment. I could relate with her very well.
Furthermore, we both notice that there was a lack of unity between us, as children in Christ. And we really need that unity to have a godly impact in our class. Therefore we decided to pray together, to ask God to lift up the veils and to give sight to the blind.

Since this conversation I see the meaning and the purpose of attending our international relations class. God guides us, he strengthens us en makes us one in Spirit. We can pray together for the blind to see, for the deaf to hear. In this world many theories and philosophies blind people. This world needs our unity and our prayers.

Hervonden eenheid

Afgelopen donderdagavond, de borrelavond van onze klas, sprak ik met één van mijn Christelijke collega's. We spraken over de negatieve gevoelens die we beiden ervaarden op onze opleiding. In dat gesprek werden mijn ogen geopend voor de geestelijke strijd die aan de gang was op ons instituut.
Uit ons gesprek bleek dat mijn collega ook een zware geestelijke strijd ervaarde. Zij voelde zich net als ik vermoeid en bedrukt door de niet-Christelijke en soms anti-Christelijke omgeving. We constateerden bovendien dat er vooralsnog te weinig eenheid was tussen ons, als kinderen in Christus, om echt impact te hebben op onze omgeving.
Daarom hebben we afgesproken samen te bidden tot God, opdat de mensen op ons instituut 'ontsluierd' worden, opdat zij ziende zullen zien en horende zullen verstaan.
Sinds dat gesprek ga ik met veel meer zin naar de opleiding. God leidt ons, sterkt ons en geeft ons eenheid. We kunnen samen bidden tot God opdat de blinden zullen zien en de doven zullen horen. Alle theorieën en filosofieën, waar deze wereld zo rijk aan is kunnen zo verblindend werken op onze omgeving, zij heeft gebed nodig.

An Empty Kind of Relativism



I am a little bit ashamed. Finally I have the job I wanted, I attend a school for international relations, I enjoy many friendships, yet I feel bad. Again I get proof that nothing in the world can fulfil me, can bring me joy.

I try to concentrate on the wonderful ways God provides for me. He did not satisfy my need for a job instantly, but he let me wait for the best position I could have possibly imagined. I was impatient and I even started to doubt. Many times I would think painful thoughts about uncertain futures. However, God never let me down. When I look back I see God was just waiting to bless me.
However, in spite of my thankfulness for his provision, I still do not enjoy, I feel like something is missing.

I am enrolled in a diplomatic study programme. Many of the lecturers and my fellow students consider Christianity as a cultural phenomenon, sometimes a dangerous and extremist culture.
Often I do not feel like discussing openly with my fellow students and my professors about (views on) Christianity. Instead, I am inclined to live a double life. Privately I try to hold on to a Christian lifestyle, while I put on a neutral or even secular mask when I am in the outside world.
This way, the world slowly gets to me. An empty kind of relativism creeps in, while I become spiritually weakened.

It is at these moments that I have to convince myself of Christ’s truth again. One of the ways to do that is to share the gospel with the people around me. However, often I come across people who are not open to the message of Christ. It seems like these people hear, but they do not understand.
I ask myself: how can the way, the life and the truth in Jesus Christ be so unconvincing to many people? Am I so smart that I see and understand? Should I doubt other people or should I doubt myself?

Sometimes Christians say that many people in this world will turn to Christ in next coming years. But my experience with the people at my institute and at my work, certainly does not help me to believe such statements.
I am in a class with twenty four students, three of them are Christians (including I). However, I do not experience the unity of Christ between the three of us. It seems like we have zero impact in our class. How can I possibly believe that we – Christians – can reach out to the world, if the three of us cannot even have impact in a small class?

Een soort hol relativisme

Ik schaamde me een beetje. Ik had eindelijk de baan die ik wilde, deed ik een prestigieuze opleiding, genoot ik van mijn vrienden en toch voelde ik mij slecht. Weer bleek dat niets in de wereld mij voldoening en vervulling kon geven. Ik zou nooit vreugde vinden in tijdelijke dingen.

Ik probeerde mij te concentreren op de wonderlijke wijze waarop God telkens weer voorziet in mijn behoeften. Hij had niet meteen mijn verlangens vervuld door mij de eerste de beste baan te schenken die ik tegenkwam, maar Hij liet mij wachten. In mijn ongeduld twijfelde ik en pijnigde ik mijzelf met gedachten over een onzekere toekomst. Maar eindelijk had God mij een baan gegeven die al dat wachten absoluut waard was. Hoewel ik God dankbaar was voor zijn zegening, was ik toch niet vol vreugde, ik voelde een gemis.

Ik doe een cursus waarop veel sprekers en medestudenten het Christendom afdoen als cultureel verschijnsel met bijkans extremistische en gevaarlijke trekjes. Vaak ontbreekt het mij aan lef om openlijk met doctoren en professoren in discussie te gaan. In plaats daarvan heb ik de neiging om privé een Christelijk leven te leiden en publiek een neutraal of zelfs seculier masker op te zetten.
Ik heb het vaak niet door dat de wereld om mij heen zo haar best doet om mij te knechten. Sluipenderwijs onderwerp ik mij aan een soort hol relativisme, terwijl ik geestijk verzwakt raak.
Ik moet mijzelf telkens weer overtuigen van de waarheid in Christus. Dat doe ik onder andere door Christus te verkondigen aan de mensen om mij heen, maar ik vaak vind ik geen gehoor. Ik vraag mij dan af: hoe kan het zijn dat wij de weg, het leven en de waarheid kennen en andere mensen niet? Moet ik wanneer zij horen en niet verstaan twijfelen aan alle anderen of aan mijzelf?

Ik hoor wel eens Christen roepen dat de wereld bekeerd zal worden binnen een paar jaar. Maar de ervaringen op mijn opleiding overtuigen mij nauwelijks van deze hoop. Ik zit in een klas met 24 mensen, onder wie drie Christenen. Maar ik mis de eenheid tussen de Christenen. We maaken zo geen schijn van kans ook maar een kleine impact te hebben op de klas. Hoe denken we ooit de hele wereld te laten delen in de rijkdom van Christus, wanneer drie Christenen in een klein klasje al geen impact hebben?