Waar blijft de Chinese stem?

Steeds meer blijkt de allochtone stem van doorslaggevend belang bij verkiezingen. Zo werd de grote winst van de PvdA tijdens de gemeenteraadsverkiezingen toegedicht aan de massale steun van allochtonen (met name Turken, Marokkanen en Antillianen). Tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen hielpen Turkse Nederlanders D66 aan een derde zetel en werd Fatma Koser Kaya met voorkeurstemmen gekozen. Hoewel de meeste allochtonen steeds zichtbaarder worden in de politiek, blijft de Chinese gemeenschap echter opvallend afwezig uit de Nederlands politiek*. De vraag rijst: waar blijft de Chinese stem? Cijfers over het stemgedrag van Nederlandse afkomst zijn er echter niet, omdat Chinezen niet officieel te boek staan als minderheidsgroep. Het feit dat deze economisch redelijk succesvolle gemeenschap ook bekend staat om haar geslotenheid helpt ook niet om een beter beeld te krijgen van het stemgedrag van Chinezen. Toch geven de recentste verkiezingen een indicatie over de overwegingen van Chinese Nederlanders bij het bepalen van hun stem.

Net voor de verkiezingen organiseerde het CPIPF, Stichting Chinese Politieke Integratie en Participatie Fonds, een verkiezingdebat** om Chinese Nederlanders te betrekken bij de Tweede Kamerverkiezingen. De gemoederen raakten verhit toen de enige Chinese kandidaat kamerlid, Sheren Cheng, de stemmen van aanwezigen probeerde te winnen door te stellen dat zij als enige Chinese kandidate de belangen van Chinese Nederlanders het beste zou behartigen. Probleem daarbij was dat Cheng uitkwam voor de Partij van de Vrijheid/Groep Wilders, die niet bepaald bekend staat om haar vriendelijkheid naar minderheidsgroepen. Een partij die allochtonen tot in de tweede generatie bij een vergrijp terug wil sturen en artikel 1 van de grondwet niet respecteert, kan moeilijk claimen Chinezen of andere allochtone staatsburgers te vertegenwoordigen. Hierop ontspon zich een felle discussie tussen enkele “etnische stemmers” en een meerderheid van aanwezigen die hun stem baseren op niet-etnische gronden.

De vuurproef kwam op 22 november, toen Cheng 496 voorkeurstemmen kreeg. Daarmee heeft zij opvallend weinig van de bijna 100.000 Chinese Nederlanders weten te verleiden etnisch te stemmen. Het lijkt er vooralsnog dus op dat de Chinese stem niet eenvoudig gemobiliseerd kan worden op basis van etniciteit alleen. Bij het bepalen van de keuze spelen voor Chinese Nederlanders andere – inhoudelijke – overwegingen een belangrijke rol. Waartoe deze overwegingen leiden is de echter vraag. Aangezien zich onder Chinezen veel ondernemers bevinden, lijkt de VVD een belangrijke bestemming van de Chinese stem. Bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar wist een VVD kandidaat van Chinese afkomst***, Ng Yuen Keong, de steun te verwerven van een groot deel van de Amsterdamse Chinese gemeenschap met een gerichte campagne (1062 voorkeurstemmen).

De Chinese stem lijkt te worden bepaald door etniciteit én sociaal-economische overwegingen. Echter, sociaal-economische overwegingen hebben niet alleen betrekking op het ondernemersklimaat of andere economie gerelateerde issues. Een potentiële stemmentrekker zal ook issues moeten bespreken die te boek staan als taboes. Twee van de belangrijkste taboes in de Chinese gemeenschap zijn huiselijk geweld en gokverslaving. Opvallend genoeg, spelen maar weinig politieke partijen rond verkiezingstijd weinig in op juist deze issues. Een uitzondering is een partij als de ChristenUnie die gokverslaving onomwonden bestrijdt en zich hard maakt voor een minister van jeugd en gezin.
Het durven benoemen van problemen binnen de Chinese gemeenschap vertaalt zich natuurlijk niet per se leiden in electoraal succes, maar is uiteindelijk wel in het belang van de Chinese gemeenschap en op de langere termijn garandeert dat vertrouwen in een politieke partij.

De Chinese Nederlanders vormen een gemeenschap met kenmerkende problemen en een uitgesproken stem. Deze stem is niet gebaseerd op enkel etnische overwegingen. Integendeel, economische en maatschappelijke overwegingen spelen, als het erop aankomt, een grotere rol. Met een enkele uitzondering zijn er echter nauwelijks politieke partijen die enkele van de grootste problemen in de Chinese gemeenschap in verkiezingtijd durven aan te roeren.

---

*Uitzonderingen zijn Khee Liang Phoa, LPF staatssecretaris voor emancipatie en familiezaken in het eerste kabinet Balkenende en de Chinees-Surinaamse CDA burgemeester van Medemblik, K.R. Ho ten Soeng.

**“Hot Politics”, 17 November Den Haag. De schrijver was gevraagd om de ChristenUnie te vertegenwoordigen in dit debat. Andere deelnemers waren onder andere staatssecretaris van onderwijs Bruno Bruins (VVD), Tweede Kamerleden Kathleen Ferrier (CDA) en Frank Heemskerk (PvdA) en kandidaat-kamerleden Paulus Jansen (SP) en Sheren Cheng (Partij voor de Vrijheid/Geert Wilders).

***Er waren twee kandidaten van Chinese afkomst bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen van 2006. De schrijver van dit artikel was de andere kandidaat van Chinese afkomst. Hij heeft echter geen speciale campagne gevoerd gericht op de Chinese gemeenschap.