Click here for English.Het volgende artikel is verschenen in het Nederlands Dagblad van maandag 28 juli.
---
Westen kan China beter goed voorbeeld geven
In China worden elke maand vijf nieuwe kolencentrales geopend. Dat is zorgwekkend, maar de alarmerende berichtgeving in veel westerse media wordt volgens Sander Chan meer ingegeven door sinofobie (angst voor China) dan door zorg om klimaatverandering. Het westen kan beter het goede voorbeeld geven.
VRIJPLAATS
door Sander Chan
Voor de energievoorziening is China voor zeventig procent afhankelijk van kolen, een CO2 intensieve energiebron. Elke maand openen gemiddeld vijf nieuwe kolencentrales in China. Inmiddels is China de VS voorbijgestreefd als grootste CO2 uitstoter. De ontwikkelingen zijn zorgwekkend, maar de alarmerende berichtgeving in veel Westerse media lijkt meer ingegeven te zijn door sinofobie (angst voor China) dan door zorg om klimaatverandering. Hoe staat het met de energievoorziening in China en hoe kan Nederland hiermee omgaan om klimaatverandering te beperken?
Gevraagd naar wie verantwoordelijk is voor de toenemende CO2-concentraties in de atmosfeer, blijkt dat vier op de tien Amerikanen China als de grote boosdoener zien. Ondanks het feit dat Amerikanen duidelijk meer SUV-kilometers maken dan Chinezen. Ook in Nederland bestaat veel kritiek op China. De gemiddelde energieconsumptie per hoofd van de bevolking in China is echter maar een derde van die in Europa, of een zevende van die in de VS. Bovendien is een groot deel van de toenemende energieconsumptie in China te wijten aan industriële productie voor Westerse consumenten.
Berichtgeving dat China weer eens kolencentrales opent en daarmee het voortbestaan van onze planeet bedreigt, is dan ook tendentieus. Er wordt bijvoorbeeld niet gemeld dat China ook een groot aantal kolencentrales sluit om ze te vervangen door efficiëntere centrales. Berichtgeving is vaak onvolledig en ingegeven door sinofobie.
Windenergie
Klimaat en milieu stijgen gestaag op de lijst van beleidsprioriteiten in China. Het Staatsagentschap voor Milieubescherming is onlangs bevordert tot Ministerie. China heeft als eerste ontwikkelingsland een klimaatbeleidsprogramma en een commissie van hoge functionarissen (met Premier Wen Jiabao) ziet toe op de uitvoering. China zet groots in op duurzame energie, met - ook naar Nederlandse maatstaven - ambitieuze doelstellingen. Inmiddels is China 's werelds vierde windenergieproducent. In maart verhoogde Peking de tussentijdse doelstellingen voor windgegenereerde elektriciteit van vijf naar tien GW in 2010 omdat de eerdere doelstelling al in 2007 was gehaald.
Toch is er reden tot zorg. Ondanks alle ambities blijft China voor haar elektriciteitsvoorziening afhankelijk is van kolen. De mogelijkheden van duurzamere energieopwekking zijn beperkt. Windenergieproductie fluctueert en daar is China's elektriciteitsnet niet op gebouwd; maar twee derde van de energie bereikt het net. Een 'slim elektriciteitsnet', dat fluctuaties aan kan, vereist enorme investeringen. Waterkrachtcentrales zijn bovendien steeds controversiëler geworden. De bouw van de Drieklovendam, 's werelds grootste, heeft geleid tot kritiek in binnen- en buitenland over milieuschade en massale evacuaties. Sinds de aardbevingen in Sichuan blijken dammen bovendien niet zo veilig als de overheid beweert. Met honderdmiljoenen Chinezen stroomafwaarts van de Drieklovendam, riskeert China ongekende politieke onrust. Kolen blijven daarom op de middellange termijn de voornaamste elektriciteitsbron voor China. Het is een van weinige natuurlijke bronnen waarvan China er genoeg heeft (al loopt de productiecapaciteit achter en is China netto-importeur geworden). Bovendien zijn miljoenen Chinezen werkzaam in de kolenindustrie. Peking zal politieke onrust willen vermijden door werkgelegenheid veilig te stellen.
Het behoud van kolen in energiemix van China heeft ook te maken met een andere, nog grotere prioriteit dan duurzaamheid: 'energy security', het zeker stellen van China's toekomstige energievoorziening. Daarom wordt niet alleen ingezet op duurzame oplossingen. China probeert bijvoorbeeld diesel uit kolen te winnen, een proces dat ten koste gaat van klimaat en schaarse watervoorraden. Ook internationaal zorgt China's 'energy security' beleid voor problemen. Zo weerhoudt de mensenrechtensituatie China niet van omvangrijke investeringen in bijvoorbeeld het grondstofrijke Sudan.
Voorbeeld
Wat kan Nederland doen? Wij kunnen moeilijk eisen dat China stopt met de bouw van kolencentrales. China's milieuproblemen vragen bovendien om radicale politieke veranderingen: meer democratie en betere uitvoering van wetten - zaken waarin Nederland zich moeilijk kan mengen. Nederland kan echter wel in het verband van de Europese Unie en de Verenigde Naties de keuze voor duurzame energieopties aantrekkelijker maken. Door bilaterale samenwerking stimuleren de VS bijvoorbeeld het gebruik van afgevangen methaan in Chinese kolenmijnen als alternatieve energiebron.
Het is in deze discussie goed te bedenken dat een deel van de energieconsumptie in China in feite de onze is. Immers, een groot deel van China's industriële productie is bedoeld voor het Westen. Het is daarom onze verantwoordelijkheid onze eigen productiesystemen en consumptiepatronen kritisch tegen het licht te houden. Het is moeilijk uit te leggen waarom China niet het comfort van een energie-intensieve samenleving mag genieten en het Westen wel. De grootste uitdaging voor westerse landen is het goede voorbeeld te geven en over te schakelen op duurzame energie en zuinige technieken. De huidige ambities reiken echter vaak niet zo ver als die van China. Nederland geeft bovendien niet het goede voorbeeld met de bouw van nog meer kolencentrales.
Sander Chan is promovendus aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij is bestuurslid van de Amsterdamse afdeling van de ChristenUnie.
China,milieu,energie,kolen,duurzaamheid



2 Comments:
Sander, cool artikel.
Als altijd gaat ons eigen milieu-moreel net zo ver als dat het nog net pijnloos is voor onze portemonnee. Begint het daar pijn te doen, dan worden we in ene een stuk minder milieubewust of in ieder geval merkbaar toleranter.
Het is gemakkelijk het ogenschijnlijk matige milieubeleid van landen als China en de ex Sovietrepublieken van een afstandje te bekritiseren. Veel moeilijker is het als consument zelf bereid te zijn 10% meer te betalen voor een camera-accu die onder verantwoorde omstandigheden wordt geproduceerd.
Cheers - Robert Lenior
Post a Comment