EU Commissaris
Špidla (foto) heeft de Britse regering gesommeerd haar wetgeving aan te passen, zodat werkgevers, inclusief kerken (!), niet meer mensen mogen weigeren op basis van hun geaardheid. Zo meldt onder andere
The Guardian.In feite gaat het hier om de uitvoering van een richtlijn uit 2000 met betrekking op werkgevers. Nu is er ook een duidelijke uitspraak - hoewel niet door het Europese hof - dat er geen uitzonderingen mogen worden gemaakt voor kerken.

Dit is natuurlijk koren op de molen voor de conservatieve christelijkheid; weer een mooie gelegenheid om 'het beest', de EU, te sabelen. Met name evangelische kerken vrezen dat zij niet meer naar hun eigen overtuigingen kunnen functioneren. Hoewel deze vrees begrijpelijk is, is het even zeer te begrijpen dat de Europese Commissie te waken heeft over werknemersrechten. In de praktijk is de vrees van kerken echter overtrokken. Zelden zal een werkgever een werknemer weigeren om zijn/haar geaardheid alleen, althans dat zal in de officiele lezing niet terug te vinden zijn. Een afwijzing zal meestal betrekking hebben op de ongeschiktheid van een kandidaat, of de beschikking over geschiktere kandidaten. Het is zelfs een beetje dom om uitgesproken hierin te zijn: 'je ben homo, daarom moeten we je niet'. Dan kun je natuurlijk een zaak verwachten. Een beetje werkgever/kerk speelt dit toch slimmer.
In de Nederlandse politiek is het echter geaccepteerd dat een partij mensen uitsluit om hun seksuele geaardheid en de ChristenUnie doet niet eens de moeite om andere redenen aan te halen of geschiktere kandidaten voor politieke functies te zoeken.
Onlangs weigerde de Christenunie kieskring Wageningen Monique Heger op haar kieslijst, omdat zij een relatie heeft met een andere vrouw. Andere redenen werden niet gegeven. Zij is in het verleden al fractieleider geweest in de raad, dus over haar geschiktheid is weinig discussie. 'Gelukkig' is de relatie tussen politicus en partij geen normale werkgever-werknemer relatie, de Commissie uitspraak lijkt dus niet direct van toepassing te zijn.
Misschien is het echter tijd, de gelijkwaardigheid van homo's ook door te trekken in de politiek.
De verleiding is groot voor mij, als homo én Christenunielid - voormalig actief in het Amsterdams bestuur - om mijn rechten procedureel te halen tot aan het Europees hof. Voor mij is het tot nu toe nooit een optie geweest omdat ik in principe geen broeders en zusters voor de rechter slepen wil. Maar homo-emancipatie binnen de ChristenUnie laat nog zo veel te wensen over en vooruitgang gaat zo tergend langzaam, dat je soms niet alleen zachtmoedig blijven wil. Uitsluiting is de praktijk binnen de ChristenUnie en binnen veel kerken. Dit is meer dan een kwalijke zaak, deze veroordelingen en uitsluitingen komen hard aan bij de Christelijke homominderheid.
Homorechten binnen de ChristenUnie via de juridische weg aanhangig te maken is een strategie die transparant en eerlijk is. Het is in ieder geval duidelijker dan het stille, ongecontroleerde proces dat nu aan de gang is, waar in de ChristenUnie ieder moment weer geconfronteerd kan worden met politici die uit de kast komen, of homoseksuele kandidaten die opkomen voor hun goed recht. De juridische weg is natuurlijk niet de enige. In het volgende verkiezingsprogramma kan bijvoorbeeld een belangrijke stap worden gezet door homoemancipatie prominent op de agenda te zetten. Het huidig ChristenUnie homobeleid bestaat uit weinig meer dan een uitspraak tegen geweld tegen homo's, wat natuurlijk waardeloos en overbodig is als beleidsstandpunt en gemakkelijk te verbeteren.