
Het economisch succes van het China van de laatste decennia is onbetwist, de Volksrepubliek is erin geslaagd grootschalig armoede te bestrijden. Recentelijk is China zelfs Japan voorbijgestreefd als tweede economie van de wereld. China betaalt echter ook een hoge prijs voor deze economische ontwikkeling. De Wereldbank schat de jaarlijkse kosten ten gevolge van lucht- en waterverontreiniging op 6% van het BBP. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie sterven zo’n 656.000 mensen jaarlijks aan luchtvervuiling gerelateerde aandoeningen, nog eens 95.600 sterven aan de gevolgen van vervuild drinkwater. China is ook één van de kwetsbaarste landen voor klimaatverandering, in toenemende mate zullen Chinezen extreme droogte, overstromingen en hittegolven ervaren. Bovendien is de wereldwijde impact van China’s ontwikkeling groot. China is de grootste producent van broeikasgassen; China’s luchtvervuiling word zelfs aan de overkant van de Stille Oceaan gevoeld en het smelten van de gletsjers op in de Himalaya en op de Tibetaanse hoogvlakte (ook wel de ‘derde pool’ genoemd) heeft grote gevolgen voor de watervoorziening in grote delen van Azië. Het meest recente (12e) Vijfjarenplan, door het Volkscongres goedgekeurd op 14 maart 2011, weerspiegelt de groeiende zorg van het Chinees leiderschap om duurzame ontwikkeling. Voor het eerste wordt aan klimaatverandering en energie een apart hoofdstuk gewijd, met schijnbaar ambitieuze doelstellingen. Zullen deze doelstellingen China leiden op het pad van duurzame groei?
Na de klimaatconferentie in 2009 in Kopenhagen, kondigde China een middellange-termijn doelstelling aan om de CO2 intensiteit (emissies ten opzichte van het BBP) te verminderen met 40-45% tegen 2020 (ten opzichte van 2005). Klimaat en energie ambities in het nieuwe vijfjarenplan zijn in overeenstemming met deze langetermijn doelstelling. In 2015 moet het energieverbruik per eenheid van het BBP dalen met 16%; koolstofdioxideuitstoot per BBP moet met 17% afnemen. Deze doelstellingen zijn nu eens ambitieus genoemd, dan weer 'business as usual'. Wat zeker is, is dat de absolute verandering van de emissies zal afhangen van economische groei. Wat dat betreft stelt de Chinese regering een opmerkelijk lage groeidoelstelling (7%) (vergeleken bij de dubbele cijfers van de afgelopen jaren).Hoewel de intensiteit van energieverbruik en koolstofdioxide moet afnemen, mogen ze in absolute hoeveelheden toenemen naar gelang de economie groeit. Een absolute groei van uitstoot is dus meer dan waarschijnlijk.
Toch laat China's doelstelling vele landen ver achter zich (India richt zich op 20 tot 25% vermindering van intensiteit van 2020, de VS stellen een reductie van 4% in absolute emissies). Terwijl na de economische crisis van 2008 veel landen snijden in onderzoeks- en duurzame ontwikkelingsinvesteringen, steekt de Chinese regering tot 2020 naar schatting zo’n 540 miljard euro in nieuwe energie. Tot 2020 zal naar verwachting 320 euro geinvesteerd worden in milieubescherming. Ook zogenaamde ‘sleutelindustrieen' kunnen veel fikse investeringen verwachten, bijvoorbeeld de alternatieve energie automobielindustrie kan zo’n 11 miljard euro verwachten, totale investeringen zullen zeer waarschijnlijk nog veel hoger uitvallen door particuliere investeringen. Innovatie wordt verder gestimuleerd door een toename in R&D-uitgaven (2,2% van het BBP). Het aandeel van niet-fossiele energie zal stijgen van 8,3% 11,4%. Daarbij moet opgemerkt dat niet alle 'nieuwe energie' duurzaam is; nucleaire capaciteit zal toenemen tot 40 miljoen kW in 2015. Ook de waterkrachtcapaciteit zal worden vergroot tot 120 miljoen kW, soms door grootschalige dammen in ecologisch kwetsbare gebieden. Echter, China bevestigt ook haar rol als wereldleider windenergie; windenergiecapaciteit zal naar verwachting toenemen tot 70 miljoen kW, een stijging van 225% ten opzichte van 2010. Zonne-energiecapaciteit zal zelfs 715% toenement tot 5 miljoen kW.
Daarnaast worden in het vijfjarenplan ook doelen gesteld ten aanzien van andere aspecten van duurzame ontwikkeling dan energie en klimaat. Bijvoorbeeld watergebruiksintensiteit moet met 30% afnemen. Bovendien zet China in op prolongatie van haar titel als wereldkampioen van (her)bebossing; het bosareaal zal moeten toenemen tot 21,66% (thans 19%), de bosvoorraad moet toenement met 600 miljoen kubieke meter, een significante contributie aan CO2-opslag.
Maar wat betekent zo’n vijfjarenplan? Uitvoering van beleid in China is immers bekend om de ineffectiviteit. Om te voldoen aan de emissiedoelstellingen van het laatste vijfjarenplan hebben enkele lokale overheden stroomonderbrekingen opgelegd, waardoor verkeerslichten werden uitgeschakeld en soms zelfs ziekenhuizen zonder elektriciteit kwamen te zitten. Groeiende regionale verdeeldheid bemoeilijken bovendien de uitvoering. Rijkere kustprovincies moeten de meeste emissiereducties realiseren, terwijl deze reducties hier duurder zijn dan dan elders. Armere provincies in het binnenland zijn op hun beurt niet bereid groei op te offeren voor emissiereducties. Toch is het vijfjarenplan meer dan een wenslijst. Het bereiken van de in het vijfjarenplan gestelde doelen is voor het Chinees leiderschap een kwestie van politieke legitimiteit. Bovendien zijn duurzame ambities in het nieuwe vijfjarenplan beter ingebed in een structurele ontwikkelingsvisie dan voorheen, ze maken deel uit van een bredere strategie om het macro-economische evenwicht te bewaren. China wil leider worden in duurzame 'sleutelindustrieën', onder andere: nieuwe energie, energiebesparing en schone(re) mobiliteit. Het aandeel van deze industrieën in het BBP moet stijgen tot 8% in 2015 (nu 5%, in 2020 is 15% het doel). Effectieve uitvoering wordt verder ondersteund door een aanpassing van het ambtelijk evaluatiesysteem, waarin met milieuprestaties zwaarder gaan meewegen. Dit is een grote verandering ten opzichte van het recente verleden, waarin carrièrevooruitzichten van ambtenaren bijna uitsluitend afhingen van het realiseren van economische groei, met vaak in rampzalige gevolgen voor het milieu. Bovendien wil de Chinese overheid sterker meer partners, zal betrekken de uitvoering, onder anderen bedrijven en consumenten (die steeds machtiger worden naar mate het besteedbaar inkomen groeit) . Het vijfjarenplan stelt ook marktinstrumenten in het vooruitzicht, door beprijzing, belastingen en andere marktmaatregelen wil China stimulansen creëren voor bijvoorbeeld energiebesparing. Tegelijkertijd lijkt een paradox te ontstaan tussen enerzijds de toenemende afhankelijkheid van consumenten en markten en anderzijds de beperkingen op maatschappelijke organisatie.
China’s relatief ambitieuze doelstellingen moeten andere landen inspireren om eigen stappen te zetten op weg naar een duurzame toekomst. Toenemende innovatie en investeringen in belangrijke sectoren biedt kansen voor internationale samenwerking met China, maar veel westerse landen zullen concurrentiepositie verliezen in sommige bedrijfstakken. Wat betreft klimaatverandering, wat een 'eerlijke' inspanning is blijft de vraag. Absolute reductieverplichten van de EU en de VS (respectievelijk 20 tot 30% en 4% in 2020) zijn moeilijk te vergelijken met China’s relatieve doelstellingen, maar China is nauwelijks minder ambitieus gezien haar ontwikkelingsniveau. Het vijfjarenplan is niet het einde van een proces. Sectorale, regionale doelstellingen en gedetailleerde voorschriften worden nader geformuleerd. China’s bationale energie-autoriteit heeft bijvoorbeeld gezinspeeld op het instellen van een maximaal energiegebruik basis van 7% groei. Bovendien is China begonnen met proefprojecten voor de ontwikkeling van een emissierechtenhandelssysteem. De uitkomst van deze processen is onvoorspelbaar, zeker gezien de aankomende leiderschapswisseling in 2012. In het recente verleden hebben dergelijke leiderschapswisseling grote invloed gehad op beleid. Toch heeft het Chinees leiderschap duidelijk duurzame ontwikkeling en ‘low-carbon’ ontwikkeling geintegreerd in haar visie op ontwikkeling.
De prominente positie van duurzame ontwikkeling in het leidend beleidsdocument van China weerspiegelt niet enkel een papieren verplichting, maar vertegenwoordigt omvangrijke financiering en bureaucratische herstructurering. Hoewel de doelstellingen ambitieus zijn volgens sommige normen, hebben zij niet automatisch een verbeterd milieu tot gevolg. Sommige beleidsmaatregelen zullen de levenskwaliteit direct verbeteren door verminderde luchtvervuiling in de stad of waterverontreiniging. Door het gebruik van betere technologieën en beleidsinstrumenten is het waarschijnlijk dat veel Chinezen een schonere toekomst tegemoet zien. Ander beleid is echter minder effectief, woestijnvorming blijft bijvoorbeeld een groot probleem. Voor sommige regionale en mondiale milieuproblemen is "ambitieus" bovendien niet genoeg. In de nabije toekomst zal een lagere emissie-intensiteit nog steeds leiden tot een hogere uitstoot. De verantwoordelijkheid hiervoor kan niet uitsluitend worden gelegd bij China of (ontwikkelings)landen. Westerse landen die ambitieus zijn geven China een eenvoudig (en tot op zekere hoogte een gerechtvaardigd) excuus om niet-duurzame economische activiteiten voort te zetten en uit te breiden. De netto-effecten van de toekomste ontwikkeling in China zullen, ondanks de ambitieuze doelstellingen, rampzalig zijn voor het mondiale milieu.Wereldwijde veranderingen in het milieu, zoals klimaatverandering, noodzaken wereldwijde samenwerking. China heeft met haar ambitieuze planning te kampen met uitvoering door some onwillige lagere bestuursniveaus en door gebrek van medewerking van verschillende sectoren. Het Westen draagt duurzame ontwikkeling in het vaandel, maar valt gemakkelijk ten prooi aan korte-termijn electorale overwegingen en particuliere belangen. In plaats van deze modellen voor duurzame ontwikkeling tegenover elkaar te steelen, is het van elkaar te leren en tot een betere en wereldwijde samenwerking te komen op het pad van duurzame ontwikkeling.