Onderstaand artikel is gepubliceerd in 'Nieuw Amsterdams Peil'
| Sander Chan: gevangen tussen zijn geloof en homoseksualiteit |
| Bijdrage van Floor Boon | |
| 24 oktober 2008 | |
Op zijn twaalfde wist Sander Chan dat hij jongens leuk vond. Thuis kon hij er niet over praten: ‘Ik kom uit een traditioneel Chinees gezin’, licht Chan toe. ‘Ik heb lieve ouders, maar het was een moeilijke jeugd. Ik groeide op tussen twee culturen, de Nederlandse en de Chinese.’ Op zijn achttiende vertelde Chan het aan zijn ouders. Twee jaar later nam hij zijn woorden terug. Hij had zich bekeerd tot het christendom. En die twee dingen gaan volgens de kerk niet samen. Kor Grit, een vriend van Chan, legt uit waarom: ‘In de kerk wordt er een onderscheid gemaakt tussen het hebben van homoseksuele gevoelens en het uitdragen van homoseksualiteit, bijvoorbeeld door het hebben van een relatie. Volgens de heersende gedachte in evangelische kringen is dat laatste niet de bedoeling.’ Grit leerde Chan kennen in Amsterdam waar Chan na zijn jeugd in Leiden naartoe verhuisde om politicologie te studeren. Ze kwamen beiden bij Zolder 50, een kerk waar de jongens bij elkaar in een homegroup zaten, een groep die wekelijks bij iemand thuis samenkomt. Een paar jaar eerder, in 2001, had Chan zich bekeerd tot het christendom bij de ‘Gemeente van Christus’. Een ‘radicale en sektarische kerk’, volgens Finn, een vriend van Chan. Hij haalde Chan daar binnen. Ze zijn er nu beiden weg. ‘We ontmoetten elkaar in de hal van de VU’, vertelt hij. ‘Ik stond iedere week in de hal te evangeliseren. Dan sprak ik mensen aan over het geloof. Veel mensen hadden daar helemaal geen zin in. Maar Sander is een geïnteresseerde en open jongen. Sander liep langs en liet zijn pen vallen. Ik raapte de pen op, we raakten in gesprek.’ Die ontmoeting leidde tot de bekering van Chan. Finn doopte hem een paar weken later in de Gaasperplas in Amsterdam Zuid-Oost. Chan: ‘Op mijn zestiende was ik al eens in aanraking gekomen met het christendom. In mijn puberteit rebelleerde ik tegen de strenge opvoeding van mijn ouders. Ik liep weg van huis en bleef een tijdje bij vrienden. Ze kwamen uit een christelijk gezin. Met hen ging ik voor het eerst naar de kerk.’ Chan – Chinees uiterlijk, donker haar - kiest zijn woorden zorgvuldig wanneer hij over zijn verleden vertelt. De promovendus aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU vertelt dat zijn gezin een traditionele structuur had. ‘Nederlandse kinderen onderhandelen met hun ouders. Van Chinese kinderen wordt verwacht dat ze hun mond houden. Ik was alleen iets mondiger. Daar stonden wel eens disciplinaire maatregelen tegenover.’Twijfel Een tijdje was Sander Chan heel radicaal gelovig. Studievriend Bram Büscher weet het nog goed: ‘Ik werd uitgenodigd voor zijn doop in de Gaasperplas. Sander werd helemaal ondergedompeld. Daarna vormden ze een kring om Sander en riepen: ‘God help Sander, maak hem een goed mens.’ Ik had het gevoel dat hij niet meer zichzelf was, dat hij zijn homoseksuele gevoelens en daarmee zichzelf verloochende.’ Een jaar later, aan het einde van 2002, kreeg zijn vader kanker. Hij begon te twijfelen aan de exclusieve theologie die de kerk predikte. ‘Volgens die gemeenschap zijn alleen de zo’n honderd vijftig aanhangers van die kerk echte christenen. De rest zou naar de hel gaan.’ Chan praatte veel met zijn vader over het geloof en probeerde hem tevergeefs te overtuigen van het christendom. ‘Hoe zou ik anderen moeten overtuigen van het goede als ik mijn vader niet eens heb kunnen redden? Dat kan God toch niet zo hebben bedoeld.’ In 2003 overleed zijn vader. Hetzelfde jaar verliet hij de ‘Gemeente van Christus’ en sloot Chan zich aan bij Zolder 50. In die periode wist Chan al wel dat hij homoseksueel was, hij had twee jaar eerder zelfs een relatie gehad met een jongen in Duitsland. Maar bij de kerk leerde hij dat homoseksualiteit niet goed is. Chan: ‘Je leert dat God je veroordeelt om wie je bent. Dat je zondig bent omdat je andere gevoelens hebt. Er werden ook veel disclaimers gebruikt. Mensen zeiden ‘we houden van je’, maar tegelijkertijd werd er een spiegel voorgehouden. God had het toch niet zo bedoeld.’ Karel Smouter, een goede vriend, leerde hem pas later kennen. Hij hoorde verhalen van Chan over zijn tijd bij de ‘Gemeente van Christus’: ‘Die strenge christelijke club hanteerde strenge seksuele normen. Het ging zo ver dat jongens en meisjes gescheiden werden, ook bij het bidden. Sander stelde voor dat hij dan ook niet alleen met jongens in een ruimte zou zijn. Dat is wel tekenend voor zijn rechtlijnigheid.’ Büscher: ‘Ik vermoedde natuurlijk al jaren Sander homoseksueel was, al zou je dat op het eerste gezicht niet over hem zeggen. Pas afgelopen februari zei hij voor het eerst ‘ik ben homo’. Helemaal vrank en vrij.’ De tijd daarvoor durfde Chan dat niet aan iedereen te bekennen. ‘Het was heel zwaar voor hem’, vertelt Finn. ‘Hij ging twijfelen aan zichzelf, aan wie hij was’. In de kerk vertelden ze Chan dat het hebben van homoseksuele gevoelens vaak voortkomt uit iemands jeugd. Het missen van een vaderfiguur. En dat het niet natuurlijk is. ‘En dat kwam behoorlijk overeen met mijn verleden’, zegt Chan. ‘Ik wilde ook helemaal geen homo zijn.’ Genezing Door zijn overgave aan het christendom dacht Chan dat hij kon genezen van zijn homoseksualiteit. Chan zocht hulp bij onder andere Different, een christelijke organisatie die ‘hulp biedt aan mensen met een homoseksuele gerichtheid’. Daar voerde hij jarenlang gesprekken. De inzet: hetero worden.Renee Prins (niet zijn echte naam) kent Chan niet, maar voerde zelf ook gesprekken met Different. ‘Toen ik door kreeg dat ik homoseksueel was, wilde ik niets liever dan ervan afkomen.’ Sanders vertelt dat de mensen daar heel aardig en open zijn, ‘maar de visie is heel krom. Ze garanderen geen genezing en zeggen dat het omgaan met homoseksuele gevoelens de eerste prioriteit heeft. Aan de andere kant zeggen ze dat als je genoeg doorzettingsvermogen hebt, je vanzelf hetero wordt.’Zes jaar lang deed Chan zijn best om te ‘genezen’. Door te praten met Different en met veel mensen binnen de kerk. Kor Grit: ‘Hij vertelde dat hij leed onder zijn homoseksuele gevoelens. Hij leed onder het vooruitzicht op een celibaat. Dat was heel pijnlijk. Hij voelde zich soms ook depressief.’ Sinds een jaar heeft Chan geaccepteerd dat hij zichzelf niet kan veranderen. ‘God accepteert me zoals ik ben, daar ben ik nu wel achter.’ Volgens Smouter verschoof vanaf dat moment Chan’s dilemma. ‘Als het geen probleem meer is voor jezelf, hoe ga er dan in het christelijke kader mee om?’ Chan’s strijd zette ook veel van zijn vrienden aan het denken. ChristenUnie De acceptatie dat hij niet alleen homoseksuele gevoelens heeft, maar daar ook naar wil handelen, markeert het einde van Chan’s bestuurscarrière bij de ChristenUnie. In 2006 trad hij aan als bestuurslid in Amsterdam. Hij praatte met de partij over zijn gevoelens. Zolang hij geen relatie had was er niets aan de hand. Toch zat het hem niet helemaal lekker. ‘Een paar maanden geleden kwam hij bij me eten’, vertelt Büscher. ‘Hij had het er toen al over dat hij een brief wilde schrijven om de kwestie aan te kaarten. Zeker na dat gedoe met Yvette Lont (zie kader) en de gedragscode die de ChristenUnie deze zomer aannam.’ Chris van Andel, voorzitter van de ChristenUnie Amsterdam: ‘Zijn positie heeft nooit ter discussie gestaan, ook niet gedurende de ophef die Yvette Lont maakte. Sander had zelf het gevoel dat hij een celibaatgelofte moest afleggen. Dat hij ineens een persbericht verstuurde met de mededeling dat hij opstapte, dat kwam wel rauw op mijn dak.’ Van Andel vraagt zich af of de discussie die Chan wil voeren wel eerlijk is. ‘Zijn uitkomst staat al vast: het moet mogelijk zijn als bestuurder om een homoseksuele relatie te hebben. Iedereen voelt op zijn klompen aan waar hij heen wil. Dit is alleen een theologisch probleem. Die discussie moet niet in de publieke ruimte, maar in de kerk worden gevoerd.’ Karel Smouter verwacht dat de christelijke politiek wel moet veranderen. ‘Het wordt tijd dat de ChristenUnie kleur bekent. En Sander is de juiste man om strijd te voeren voor de politieke participatie van christelijke homo’s. Hij is een praktijkvoorbeeld.’ Dat vindt ook Kor Grit: ‘Sander is zeker geschikt om deze strijd in het openbaar te voeren. Hij is verbaal sterk, integer en hij houdt rekening met de valkuilen van een boegbeeld zijn.’ Renee Prins: ‘Veel mensen gaan uit van de Bijbel en niet van de worsteling van homo’s in de praktijk. Christelijke homo’s durven lang niet altijd in de openbaarheid te treden. Het zijn er meer dan je denkt.’ Binnen de ChristenUnie is het afgelopen jaar veel discussie geweest over homoseksualiteit. In augustus 2007 veroorzaakte het Amsterdamse raadslid voor de ChristenUnie in Zuid-Oost Yvette Lont veel opschudding in de partij. De voormalig prostituee en voorgangster van een pinkstergemeente reageerde op een artikel in het Nederlands Dagblad waarin zij homoseksualiteit een zonde noemde. In oktober van hetzelfde jaar kondigde ze aan op het partijcongres van de ChristenUnie een motie in te dienen waarin homoseksuelen binnen de partij geweerd zouden moeten worden op politieke en bestuurlijke functies. In navolging hiervan nam de ChristenUnie in mei 2008 het standpunt over van de speciaal daarvoor ingestelde commissie Cnossen. Homoseksueel zijn en homoseksueel handelen worden ook hier op basis van de Bijbel onderscheiden. Bestuurders in welke zin dan ook mogen met name dat handelen niet toepassen. Ze hoeven geen gelofte af te leggen, maar worden op basis van geloofwaardigheid geselecteerd. In de praktijk betekent dat homoseksuelen met een relatie geen plek hebben in het bestuur van de partij. CV 1979: Geboren in Leiden 1997: Start studie politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam 2001: Europese Studies, Jean Monnet Centre of Excellence, Universiteit van Turku in Finland 2004: Master politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam 2005: Leergang buitenlandse betrekkingen aan Instituut Clingendael in Den Haag 2006: Start promotie aan het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit in Amsterdam 2006-2008: Bestuurslid ChristenUnie Amsterdam |
_______________
For more postings on this topic click here.
Please find links here to my series on homosexuality and the Bible, I would like to emphasize that this is only a limited discussion on homosexuality and the Church. In fact, a mere focus on the Bible does not reckon the complexity and the relevance of the homosexuality debate in the Church. Bible interpretation is only one factor in a Christian's opinion of homosexuality. Indeed, I think the discussion focuses too much on the Bible, and too little on the people concerned. It seems we like to talk about homosexuals, but not with them.
Some people have criticized me for interpreting the Bible to suit my private preferences. I do not agree, however I cannot deny that my understanding of the Bible - or any text - is based upon my perception of reality. Relating textual inspiration with real world experiences is the only way not to lapse into mere rule-following, traditionalism, and hollow religiosity.
In the same way, I would like to challenge my brothers and sisters to engage with gay Christians, and perhaps the gay community at large. Engagement with people goes beyond theological bickering and Bible interpretations. Engagement means reckoning people in their struggles; and not adding to their struggles by demanding change for love.
Links to this series:
Part 1: Sodom and Gomorra
Part 2: Leviticus I
Part 3: Leviticus II
Part 4: Leviticus III
Part 5: Romans I
Part 6: Romans II
Part 7: Romans III
Part 8: Corinthians and Timothy
Part 9: Creation Order
Door zijn overgave aan het christendom dacht Chan dat hij kon genezen van zijn homoseksualiteit. Chan zocht hulp bij onder andere Different, een christelijke organisatie die ‘hulp biedt aan mensen met een homoseksuele gerichtheid’. Daar voerde hij jarenlang gesprekken. De inzet: hetero worden.Renee Prins (niet zijn echte naam) kent Chan niet, maar voerde zelf ook gesprekken met Different. ‘Toen ik door kreeg dat ik homoseksueel was, wilde ik niets liever dan ervan afkomen.’ Sanders vertelt dat de mensen daar heel aardig en open zijn, ‘maar de visie is heel krom. Ze garanderen geen genezing en zeggen dat het omgaan met homoseksuele gevoelens de eerste prioriteit heeft. Aan de andere kant zeggen ze dat als je genoeg doorzettingsvermogen hebt, je vanzelf hetero wordt.’